Hoender-Pasar-Brug over de Kali Besar (rivier groot) te Batavia gebouwd in 1628.

Foto uit eigen bestand.

 

Het VOC Genootschap De Haagsche Besoygne

is een gezelligheidsvereniging van- en voor personen, die een bijzondere belangstelling hebben voor de rol, die de Verenigde Oost-Indische Compagnie in de geschiedenis van Nederland en van het Verre Oosten heeft gespeeld. De VOC als eerste "multinationale onderneming", heeft bijna 200 jaar lang een enorme rol gespeeld in de handelsnetwerken en de politieke ontwikkelingen in Oost Azië. Haar eerste activiteiten begon de VOC toen op 20 maart 1602 de Staten-Generaal het octrooi uitvaardigden, waarbij de “Generale Vereenichde geoctroyeerde Compagnie” in het leven werd geroepen. Tot de formele opheffing op 31 december 1799 heeft de VOC een allesbepalende rol gespeeld in de relatie tussen de Lage Landen en de Oost. De archieven van de VOC voor de geschiedschrijving van grote delen van Azië vormen een uiterst belangrijke informatiebron. De reden waarom zij door de UNESCO tot Immaterieel Erfgoed (Memory of the World) zijn verklaard.
 

Het VOC Genootschap De Haagsche Besoygne is als gezelligheidsvereniging opgericht op 22 februari 2016 te 's-Gravenhage. "De Haagsche Besoygne" is voortgekomen uit enkele groeperingen, die sinds de Dertiger Jaren van de vorige eeuw in zowel voormalig Nederlands Indië als in Nederland zelf, de geschiedenis van de VOC en de Gordel van Smaragd als aandachtsgebied hadden. Hiervan was de Caemer Batavia - op gericht in 1930 - de eerste.

 

Veel oudere leden van het Genootschap hebben een directe band met het voormalig Nederlands Indië, doordat zij er zijn geboren of er zijn opgegroeid. Andere redenenen voor het lidmaatschap zijn familiebanden met personen die in dienst waren bij de VOC of met het verblijf van een of meer generaties voorouders in het voormalige Nederlands Indië, of een actieve aantoonbare interesse voor de geschiedenis van de VOC.

De belangstelling van de leden van het Genootschap is echter veel breder dan de geschiedenis van de VOC tijdens de "Gouden Eeuw". De geschiedenis van de Gordel van Smaragd tot in de moderne tijd hoort nadrukkelijk tot het aandachtsgebied van de leden. Hieronder vallen expliciet:

1. De overgangsperiode 1799-1830 gekenmerkt door de moeizame contacten tussen Indië en de

    Bataafse Republiek en het Koninkrijk Holland vanwege de Engelse overheersing op zee.

2. Het Cultuurstelsel van 1830 - 1870

3. Politieke veranderingen van het Nederlandse gezag in de archipel

4. 1900 - 1945 De tijd van de wereldoorlogen I en II en het opkomend nationalisme

5. 1945 - 1949 De onafhankelijkheidstrijd (Bersiap en Politionele Acties 1 en 2)


Toekomstige leden worden door een verenigingslid voorgedragen. Bij goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering worden de nieuwe leden bij acclamatie aangenomen.


Het Oorspronkelijke Haags Besogne (Haagsche Besoygne)

De VOC (Verenigde Oostindische Compagnie), die was opgericht op 20 maart 1602 te Middelburg, bestond uit 6 Caemers.
Het Opperbestuur (De Bewinthebbers) had 17 leden. Amsterdam 8, Zeeland 4, Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen elk 1. Dat zijn er opgeteld 16. Omdat Amsterdam – groot geworden door de Oostzeehandel (Moeder der Negotie) – er al 8 had (de helft) en daarmee de invloed te groot kon zijn, is er een extra zetel ingevoerd. Deze extra zetel rouleerde jaarlijks onder de vijf overige Caemers. Dus werden het er 16+1=17. Vandaar de naam De Heren XVII.

Het Haags Besogne – gevestigd in ’s-Gravenhage - was een commissie van de VOC. Het hield zich bezig  met het bestuderen van alle documenten die de Raad van Indië vanuit de stad Batavia naar de VOC in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden stuurde. Het Haags Besogne rapporteerde haar bevindingen in de vorm van adviezen aan de Heren XVII omtrent de jaarlijks te nemen maatregelen. Dit rapport werd het Haags Verbaal genoemd.

Het Haags Besogne werd in 1649 ingesteld toen de documentenstroom te omvangrijk werd voor  het opperbestuur (Heren XVII), dat slechts twee keer per jaar bijeen kwam.

Het Haags Besogne bestond uit 12 Participanten (aandeelhouders). Vier bewindhebbers uit Amsterdam, twee uit  Zeeland en één per stad uit Hoorn, Enkhuizen, Rotterdam en Delft. Daarnaast hadden twee hoofd Participanten  zitting. Dat was een Participant, die geld had ingelegd bij de Caemer Amsterdam en een ander die dat gedaan had bij de Caemer Zeeland. Deze Participanten  hadden slechts een controlerende en adviserende functie. De notulen werden bijgehouden door de presidentiële Caemer.

Als het Haags Besogne zijn werkzaamheden had afgehandeld, kwamen de Heren XVII voor het eerst in het jaar bij elkaar. Mede op basis van de adviezen van het Haags Besogne werden door het opperbestuur besluiten genomen.